“Eben also ist das Clavichordium das Fundament aller Clavirten Instrumenten, als Orgeln, Clavicymbeln, Symphonien, Spinetten, Virginall etc.. Doruff auch die Discipuli Organi instruirt und unterrichtet werden”.

M. Praetorius, Syntagma musicum. (1619) II, 36.

Bij tijd en wijle speel ik ook graag clavichord. Dit kleine toetsinstrument was in de 17e en 18e eeuw bijzonder geliefd: het zeer gevoelige toucher geeft het een heel eigen poëzie, en maakt het tot een leerzaam en kritisch studie-instrument.

Ik ben bijzonder blij over drie instrumenten te kunnen beschikken. Een groot vijfoctaafs clavichord van Joris Potvlieghe, gebouwd in 2013, is ideaal voor repertoire van Bach tot de jonge Beethoven.  Een instrument naar Zuid-Duits model (eind 17e eeuw), gebouwd door Matthias Griewisch in 2019, staat in middentoonstemming en is een fraai vehikel voor allerlei muziek uit de 17e en 18e eeuw. Een bescheiden enkelkorig, ongebonden instrument naar J.A. Stein, 1787, gebouwd door Gerrit Menkveld in 1991, voorkomt ieder burengerucht in nachtelijke uurtjes.

Liefhebbers van instrumentenbouw beveel ik graag deze reportage over Matthias Griewisch aan.

 “Am liebsten spielte er auf dem Clavichord. […] Er hielt daher das Clavichord für das beste Instrument zum Studiren, so wie überhaupt zur musikalischen Privatunterhaltung. Er fand es zum Vortrag seiner feinsten Gedanken am bequemsten.”

- J.N. Forkel, Ueber Johann Sebastian Bachs Leben, Kunst und Kunstwerke. (1802) Cap. 3.

“Wer mit einer guten Art auf dem Clavicorde spielen kan, wird solches auch auf dem Flügel zuwege bringen können, aber nicht umgekehrt.”

- C.Ph.E. Bach, Versuch über die wahre Art das Clavier zu spielen. (1753) Einleitung, 15.

“De klavekordiums sijn musijk instrumenten die sacht en soet van geluidt sijn, ende van een veerdige en suivere aanspraak, ende worden daarom gebruikt tot oeffeninge in de konst.”

- C. Douwes, Grondig Ondersoek van de Toonen der Musijk. (1699)

Deel II, hoofdstuk 4.